1839                                                                                                                                                                             terug

Beschuldigd aan diefstal met verzwarende omstandigheden.
Getuige:
Teunis koster; Nachtwacht te amsterdam woont grote Oosterburgerstraat 72

Johan Willem Staal; Nachtwaht te amsterdam woont Korte Koningsstraat 23
Tjeerd Pokes Beekema; Soldaat Oranje Nassau kazerne
Cornelis Amse; Sergeant Oranje Nassau Kazerne
David Cornelis ponse; 1e luitenant woont Kerkstraat tusschen de utrechtsestraat en Amstel
Frans Jan Krepel; Koopman Rokin
Wilhelmus Antonius Roelvink, kruidenier Nieuwe Looijersstraat

 AKTE VAN BESCHULDIGING TEGEN JEAN JOSUA BEAUX

De officier van Justitie bij de Criminele Regtbank in Holland geeft te kennen dat bij arrest van dese Regtbank de Raadskamer vergadert dd 19 junij 1839. De openbare teregtstelling is bevolen van Jean Josua Beaux oud volgens zijn zeggen 51 jaren van beroep schoenmaker geboren en laatst woonende in Amsterdam. En verklaard de Officier voornoemd dat de instructie der Procedure blijkt aangaande de volgende feiten.

 De beide nachtwachts Teunis Koster en Johan Willem Staal hebben in de nacht van den 24e op den 25e april l.l. na de roep van half twee drie personen zien komen uit een pakhuis op het Rokin toebehorende aan Frans Jan Krepel handelende onder de firma van " Wees en Co.: Waarvan de eerste was gekleed met eene buis de tweede met eene lange jas en de derde met eene buis.Op de vraag van dese wachters wat zij daar deden, hebben alle drie zonder te antwoorden ijlings de vlucht genomen en zijn door de nachtwachters achtervolgd wordende de Gapersteeg in geslagen. In de Kalverstraat gekomen is een de Luciensteeg in geloopen vervolgd wordende door Staal die hem echter niet heeft kunnen achterhalen, terwijl de andere twee regts om door de Kalverstraat liepen wordende door Koster nageschreeuwd met de woorden" HOUDT DEN DIEF"

En dezes en wel die met de lange jas ziende dat hij niet langer kon uithouden of misschien beducht dat als hij hard liep de schildwacht aan het paleis hen zoude tegenhoude is op de hoek van de Dam blijven staan, terwijl de vlugger ter been het is ontkomen den Dam overloopende. Den eerste is hierop door Koster die hem geen ogenblik had uit het oog verlooren terwijl het ook bevendien helder weer en manenschijn was zoodat ene vergissing niet wel mogelijk is dadelijk gevat en in de hoofdwacht aan het paleis gebragt waar hij door Koster is herkend voor den Beruchten Jean Josua Beaux.

Koster nu naar het pakhuis terug keerende met Staal (die inmiddels was teruggekeerd) en den Heer Krepel voornoemd hebben toen onderzocht wat aldaar gebeurd was en bevonden dat aan de buitendeuren van het evengenoemde pakhuis en aan de drie van het zich in het pakhuis bevindende lessenaars braak was gepleegd en welke braak ook sedert door de griffier van het Kommisariaat van Politie is geconstateerd terwijl tevens bevonden is dat uit twee lessenaars tusschen de 60 a 70 gulden aan gereede penningen zijn ontvreemd.

De beschuldigden vind het goed om alle schuld of medeplichtigheid aan de diefstal halsstarrig te ontkennen en tracht zich te behelpen met zich voor te geven dat hij dien nacht en wel te half een ruzie zoude hebben gehad met zijne bijzit Elisabeth Edses de zuster van den bekende huisbreker Toon Sijmen Edse en dat hij toen zoude zijn weggelopen. Dat hij daarna met ene publieke vrouw zoude hebben gewande;d tot aan de Vijgendam en vandaar gaande naar de Kalverstraat eensklaps zonder van iets te weten zoude zijn gevat.

Elisabeth Edses omtrent het bovengenoemde gehoort zijnde is met zich zelve en et de beschuldigde dien zij traht tehelpen en van wiens verzinsels zij onkundig is in lijn regte tegenspraak daar zij bij den Kommisaris van Politie heeft op gegeven dat de beschuldigde des middags ten vier ure zoude zijn weggelopen ( rizie zou gaan om kinderlaarsjes die hij moest repareren) niet weder teruggekeerd en naderhand bij den Regter Kommisaris dat zij het hier niet meer juist kan bepalen maar dat het in geen geval later kan zijn geweest dan ’s avonds ten tien uur.

Voorts heeft de soldaat die aan het paleis op wacht stond toen de beschuldigde gevat werd hem hoorde zegen wijzende op zijn makker die met eene buis gekleed was en die hard vooruit liep " Daar loopt er nog een heen" Verders is er nadat hij uit de hoofdwacht naar de Corp de garde was overgebracht onder de brits waarop hij gezeten had gevonden een scheermes waarvan hij zegt geene kennis te hebben ofschoon hetzelve noac aan eene soldaat noch aan den nachtwacht toebehoort.

Ook is ten huize van zijne bijzit bij welke hij inwoonde gevonden eene sleutel en in een opkamertje eene zekere hoeveelheid nootmuskaat. (Elisabeth Edses woonde toen 5 weken op de Kromboomsloot en was naaister en 44 jaar oud)

Stukken van overtuiging: eenige aangebrande zwavelstokken
Een breekijzer
Een kommetje met gestoten nootmuskaat
Een sleutel
Een mes in een schede

Zowel hij als zijne bijzit wenden voor dat de sleitel hun vreemd zoude zijn en is derhalve ten zijne zigte als een zeer verdacht voorwerp te beschouwen terwijl de wat nootmuskaat betreft dezelve heeft doen herinneren aan eene zware diefstal van nootmuskaat gepleegd in de maand Februarij l.l. uit een pakhuis van den handelsmaatschappij op den Prinsengragt te meer daar de beschuldigde voorwendt dat hij op zijn kamer bevonden nootmuskaat aldaar nimmer zoude hebben gezien en zijne bijzit aangande de herkomst van dezelve de zonderlingste opgave doet.

Eindelijk blijkt ten processe dat de beschuldigde reeds onderscheidene malen in handen van Justitie is geweest en o.a. veroordeelt te zake van diefstal door het voormalige Committee van Justitie door dese stad op den 16e mei 1799 ten zaken van diefstal gepleegd bij nacht door inklimming. Door het voormalige Hof van Assises op den 13e oktober 1831 terwijl hij eindelijk nog twee malen voor et gemelde Hof, mede ter zake van diefstal gepleegd bij nacht in een bewoond huis heeft tergt gestaan doch als toen bij arresten van 21 july 1829 en 7 oktober 1830 is vrijgesproken.

En worden mitsdien Jean Josua Beaux beschuldigd ter zake dat hij na reeds onderscheidene malen en laatstelijk bij arrest van het voormalige Hof van Assises voor de Provincie Holland NK en Utrecht op den 13e oktober 1831 wegens poging tot diefstal in een bewoond huis veroordeelt te zijn geweest op den 25e april 1839 te Amsterdam des ’s nachts tusschen een en twee uur met nog twee andere thans voortvluchtige personen de deuren van een pakhuis zoude hebben opngebroken en mede tehebben opngebroken de lessenaars welke zich in het pakhuis bevonden uit eene van dezelve bedrieglijk te hebben ontvreemd een som van tusschen de zestig en zeventig guldends behoorende aan de firma van " van Wees en Co.". en derhalve van diefstal gepleegd bij nacht door meer dan een persoon door middel van buiten en binnen braak en zulks na reeds te vooren gepleegde misdaad veroordeeld te zijn geweest.

16 mei 1799: op 24 jaarige leeftijd voor de tijd van 6 jare in het Rasphuis doch in 1801 ontslagen

11 mei 1815 veroordeeld tot brandmerk en 20 jaar

13 0ktober : hij is dan 44 jaar op de regterarm de IB en op de linkerarm een vrouwenbeeld. Diefstal gepleegd in een tapperij

25 april 1839 hij is dan 51 jaar veroordeeld tot 20 jaar en over geplaatst naar Leeuwarden alwaar hij op 60 jarige leeftijd is overleden.

Rekenen was waarschijnlijk niet zijn sterkste kant. Hij is geboren 1-4-1779 en zou dus in 1799 maar 20 jaar geweest zijn en geen 24 jaar, dit waarschijnlijk gezegd om te voorkomen dat zijn het zijn ouders verteld zou worden. In 1831 is hij dan geen 44 jaar maar eigenlijk 52 jaar wat wil zeggen dat hij in 1839 ook geen 51 jaar kan zijn maar 60 jaar is hij is overleden op 16-8-1847 op 68 jarige leeftijd. Ook de rechtbank deed dus niet even een rekensommetje als ze weten dat hij 1799 24 jaar is en 40 jaar later zegt 51 te zijn.

 

terug